Home › Decision aids › Voor ouders
Decision aid voor ouders
Als ouder krijg je vaak het frame "affirmeer of verlies je kind" gepresenteerd. Die framing is feitelijk onjuist en ongezond. Deze vragenlijst helpt je nadenken zonder die druk — voor jezelf, je kind, en de keuzes die je samen maakt.
Sectie 1 — wat je weet over je kind
- Heeft mijn kind als jong kind (3–7 jaar) tekenen van genderdysforie laten zien?
- Wanneer kwam het onderwerp voor het eerst ter sprake — direct uit het niets, na een sociaal contact, of na online-gebruik?
- Welke psychische problemen (autisme, eetstoornis, depressie, sociale angst, trauma) lopen mee?
- Is mijn kind ooit verliefd geweest — en op wie?
Sectie 2 — wat je merkt over de omgeving
- Hoeveel van de vrienden van mijn kind zijn trans/non-binair of LHBT+?
- Hoeveel uur per dag is mijn kind online, en op welke platforms?
- Hebben we als gezin (of school) iemand of een instantie die actief mijn kind in een bepaalde richting duwt?
- Wat zou ik denken als mijn kind dezelfde sociale verandering doormaakte voor een ander geloof, dieet of subcultuur?
Sectie 3 — wat je hoort van zorgverleners
- Welke andere mogelijke oorzaken zijn besproken — autisme, internalisering van homofobie, trauma, eetstoornis, sociale invloed?
- Hoe lang is de evaluatie geweest voor er over medicatie werd gesproken?
- Heeft de zorgverlener mij verteld dat blokkers/hormonen reversibel zijn? Klopt dat met wat ik op deze site lees?
- Heb ik schriftelijk gekregen welke risico's er zijn — fertiliteit, botgezondheid, seksuele functie, langetermijn?
Sectie 4 — je rol als ouder
- Onderscheid ik tussen luisteren naar mijn kind en automatisch alles bevestigen?
- Kan ik mijn kind onvoorwaardelijke liefde geven zonder direct in te stemmen met onomkeerbare medische stappen?
- Wie staat in mijn rugzak — een arts, een GZ-psycholoog, een onderzoeksjournalist, een detrans-ouder?
- Wat is mijn grens — bij welke stap zou ik nee zeggen, en weet mijn kind dat?
Volgende stap
Lees onze route voor ouders en gespreksleidraad. Zoek contact met andere ouders die soortgelijke zorgen hebben — bijvoorbeeld via Stichting Voorzichtig of internationale netwerken (Genspect, Our Duty).