Home › Artikelen › Lage detransitiecijfers bij 709 patiënten gemeld — wat de studie niet vertelt
Lage detransitiecijfers bij 709 patiënten gemeld — wat de studie niet vertelt
Een follow-up studie onder 709 patiënten van een genderzorginstelling rapporteert lage detransitiecijfers, maar het congresabstract laat cruciale details over follow-up duur, uitval en de definitie van detransitie onbeantwoord.
Op het gezamenlijke ESPE/ESE-congres — de Europese verenigingen voor pediatrische en algemene endocrinologie — is een follow-up studie gepresenteerd onder 709 mensen die gender-affirmerende hormoonbehandeling ontvingen bij een grote genderzorginstelling. De onderzoekers rapporteren een laag percentage detransitie en presenteren dat als bewijs dat hun screenings- en begeleidingsproces goed werkt. Voor wie alleen de samenvatting leest, is de boodschap geruststellend. Voor wie de methode naast eerdere, uitgebreidere detransitie-onderzoeken legt, roept het cijfer minstens zoveel vragen op als het beantwoordt.
Door Nienke Vogelaar — 23 augustus 2026
Wat de studie claimt
Volgens het congresabstract volgden de onderzoekers 709 ontvangers van gender-affirmerende hormoontherapie en registreerden ze hoeveel van hen op enig moment terugkeerden om de behandeling te stoppen of terug te draaien. Dat percentage bleek laag, en de onderzoekers noemen dat een aanwijzing dat hun aanpak veilig is.
Het probleem met "lage detransitiecijfers" als maatstaf
Een laag percentage geregistreerde detransitie zegt vooral iets over wie er terugkomt bij de instelling die de behandeling gaf — niet over wie überhaupt is gestopt. Wie een kliniek verlaat, ergens anders zorg zoekt, of in stilte de hormonen afbouwt zonder dat te melden bij de oorspronkelijke instelling, verdwijnt uit dit type cijfer zonder ooit als "detransitioner" geteld te zijn. Eerdere, uitgebreidere detransitie-onderzoeken — met langere follow-up en actieve pogingen om uitvallers op te sporen — vinden doorgaans hogere cijfers dan studies die simpelweg tellen wie zich terugmeldt bij de instelling zelf.
Follow-up duur en uitval
Een congresabstract biedt zelden ruimte voor de details die er het meest toe doen: hoe lang de follow-up gemiddeld duurde, hoeveel deelnemers na verloop van tijd niet meer traceerbaar waren, en of die groep uitvallers is meegeteld als "geen detransitie" of gewoon buiten de teller is gevallen. Zonder die cijfers is niet vast te stellen of de gerapporteerde 709 een representatieve doorsnede vormen van iedereen die ooit is gestart, of alleen van de mensen die trouw in beeld bleven — vaak precies de groep die tevreden is met de uitkomst.
Wat een eerlijk cijfer zou vergen
Om een detransitiepercentage echt te kunnen interpreteren is minimaal nodig: een heldere definitie van wat als detransitie telt (stoppen met hormonen, alleen sociale terugkeer, of ook wie spijt uit zonder de behandeling te stoppen), een follow-up die lang genoeg is om latere spijt te vangen — spijt meldt zich vaak pas jaren na de start — en een actieve inspanning om mensen op te sporen die niet uit zichzelf terugkomen. Zolang die elementen ontbreken, blijft een laag percentage in de eerste plaats een uitspraak over de eigen registratie van een instelling, niet over de werkelijke uitkomst van de behandeling.
Bron
Bewerking van het congresabstract: ESPE/ESE Joint Congress 2025–2026, Endocrine Abstracts.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Waarom zegt een laag detransitiepercentage niet automatisch dat een behandeling veilig is?
Omdat het cijfer alleen meet wie zich terugmeldt bij de instelling die de behandeling gaf; wie elders zorg zoekt of in stilte stopt, wordt niet meegeteld.
Waarom is de follow-up duur belangrijk bij detransitie-onderzoek?
Omdat spijt en detransitie zich vaak pas jaren na de start van de behandeling melden; een korte follow-up mist die latere gevallen structureel.
Wat ontbreekt er in dit congresabstract om het cijfer goed te kunnen beoordelen?
Een heldere definitie van detransitie, het aantal deelnemers dat uit beeld raakte, en of actief is gezocht naar wie niet uit zichzelf terugkwam.